Een aquarel van de Kleine Kerkstraat 7, Leeuwarden


Op 8 juni 2007 is Jan Bonnema in Wassenaar op 97-jarige leeftijd overleden. Aan de wand in zijn appartement hing een mooie aquarel met een Leeuwarder geschiedenis. Jan Bonnema’s geboortestad Leeuwarden heeft altijd een warm plekje bij hem gehouden. Hij las de Leovardia’s met grote belangstelling. En het is dan ook logisch dat de inhoud van een vraaggesprekje uit het begin van 2007 in dit blad een plaatsje vindt. Hij vertelde toen wat hij wist van deze aardige voorstelling. We laten hem hier aan het woord.

“Ik heb aan het interieur op de afbeelding geen herinnering, omdat de tekening op omstreeks 1900 gedateerd moet worden. De sfeer is me echter zeer vertrouwd, want ik ken het meubilair uit een volgend woonhuis en de vier afgebeelde personen zijn familie van mij.

Aan de tafel zitten mijn grootmoeder Ymkje de Jong – van der Wal (geboren op 21 mei 1848 in Leeuwarden, overleden op 26 augustus 1924 in Amsterdam), haar dochter Pietje (geboren op 23 augustus 1881 in Leeuwarden, overleden op 28 juni 1985 in Amstelveen) en de tekenaar van deze prent Hans (geboren op 16 juli 1885 in Leeuwarden). Slapend tegen de kast zit mijn grootvader Jan de Jong (geboren op 10 december 1851, overleden op 4 oktober 1902).

De kamer die op deze aquarel afgebeeld is, bevindt zich op de eerste verdieping boven de slagerij in het pand aan de Kleine Kerkstraat 7 in Leeuwarden. Hij ziet er uit als woonkamer van een familie uit de gegoede burgerij. We zien o.a. een hoge kolomkachel, daarachter een fornuis met een stomende roodkoperen waterketel, daarnaast een turfbak en een asbak.
Verder een (wortelnoten?) kabinet, een tafel met kolompoot waarop een koffieservies en een tinnen kraantjeskan staan. Boven de tafel hangt een olielamp, voor het raam een kooi met een vogeltje erin en naast het raam staat een tafeltje met daarboven een spiegel. Dit tafeltje werd uitsluitend gebruikt om het gouden oorijzer van mijn grootmoeder op te zetten. Ik herinner me nog, dat mijn grootmoeder mij af en toe vroeg om de kanten muts die over het oorijzer gedragen werd naar de vrouw te brengen die in haar onderhoud voorzag met het stijven van mutsen.
Aan de muur hangen een klok en een schilderijtje, waarbij de koe duidelijk maakt dat we met het interieur van een slager te maken hebben.

De sfeer op de aquarel lijkt vredig: een slapende vader met een poes op schoot, de moeder met een verstelwerkje en lezende kinderen. Maar dat was niet altijd zo. De kinderen pestten elkaar wel eens door op de tafel te drukken, zodat de ander gestoord werd in zijn bezigheden. Zo iets lokte natuurlijk een reactie uit en op een zeker moment drukten beide kinderen tegelijk zo hard op de tafel dat deze in tweeën brak.

Mijn grootvader heet Jan de Jong en is in Leeuwarden geboren als zoon van broodbakker Kornelis Jans de Jong en Pierkjen Hanzes van Hettinga. Hij wordt slagersknecht en krijgt op 12 juni 1882 vergunning voor het openen van een eigen slagerij in de Grote Kerkstraat nummer 53. Hij staat geregistreerd als winkelier en tapper. Op 5 mei 1888 wordt hem een vergunning verleend voor een slagerij in de Kleine Kerkstraat 7. (zie afbeelding). Mijn grootvader staat dan te boek als ‘vleeschhouwer’. De zaak wordt na zijn overlijden overgenomen door de bekende slagersfamilie Brada.
Mijn grootvader trouwt op 18 december 1875 in Leeuwarden met Ymkje van de Wal. Zij is een dochter van de timmerman Albertus Jans van de Wal en Janke Bokma. Ik herinner me haar als een schat van een vrouw.
Samen krijgen ze in Leeuwarden zes kinderen, waarvan één binnen het jaar overlijdt. Op 22 november 1877 komt mijn moeder als eerste. Zij trouwt met Douwe Meinderts Bonnema en uit dit huwelijk word ik op 26 januari geboren.
Het tweede kind is een zoon: Cornelis Jan ( 25 oktober 1879). Dan volgen Pietje (23 augustus 1881), Catharina Alberdina (26 november 1882), Catharina (22 maart 1884), zij wordt Tity of Tine genoemd, en Hans (16 juli 1884).
Er zijn in de familie een paar verhalen bekend over de kattekwaad dat de jongens uithaalden.
Tante Piet vertelde, dat de jongens soms naar school gingen met onder hun kleren een varkensblaas gevuld met bloed. Ze wisten de meester zo kwaad te maken dat hij hen sloeg, waardoor de varkensblaas knapte en het bloed in het rond spatte en de meester tot wanhoop werd gedreven.
Van tante Tine is volgende verhaal: soms pikten de jongens vlees of wordt uit de slagerij om daarmee honden te lokken, die ze vervolgens peper op hun gat strooiden, zodat ze jankend de straat uit renden.
Zoals eerder verteld, is de tekenaar mijn oom Hans. Hans is aanvankelijk huisschilder bij schildersbedrijf Mammen in Leeuwarden. Bij dit bedrijf neemt hij echter ontslag, omdat hij in 1908 als niet-georganiseerde weigert deel te nemen aan een staking en als onderkruiper veelvuldig wordt bedreigd. Inzet van de staking is de eis tot verhoging van het uurloon van 17 naar 20 cent! Later komt hij in dienst bij het schildersbedrijf Wits, waarvoor hij veel decoratiewerk doet, o.a. een grote plafondschildering bij de familie Tombrock aan de Nieuwestad (in de vier hoeken de jaargetijden en in het midden bloemenmanden en  -ranken). In Heerenveen maakt hij een schoorsteenstuk voorstellende Mozes in het biezenmandje met Mirjam en de Egyptische prinses. Ook maakt hij veel schilderijtjes op fluweel. In 1907 bijvoorbeeld maakt hij verzoek van zijn nicht Pierkjen Smit (gehuwd met Andries Johannes van Daalen), een schilderij van hun dochtertje Greetje, welk schilderij Van Daalen op 14 augustus 1908 voor zijn verjaardag krijgt. Verder maakt hij voor zijn moeder een schilderij van zijn 1902 overleden vader en voor zijn zwager Willem Versteegh een schilderij van diens geboorteplaats Siddeburen. In 1908 solliciteert hij als leraar schilderen bij de ambachtsschool in Doetichem, doch hij krijgt deze baan niet. Later wordt hij wel leraar aan de ambachtsschool in Harlingen.
Hij huwt op 28 mei 1909 met Minke Koetstra, tegelijk met zijn zuster Pietje die trouwt met Klaas Smit. Nu hun huwelijk gaan ze wonen in het huis Zaailand 102, waar tot dat tijdstip hun moeder heeft gewoond.
Hoe het verder met oom Hans gegaan is weet ik niet, maar misschien kan iemand die dit leest, aanvullingen geven.”

Naschrift:
Na het overlijden van Jan Bonnema zijn foto’s te voorschijn gekomen die aan aardige aanvulling zijn op dit artikel, namelijk twee foto’s van Hans de Jong, waarvan eentje met de hier genoemde schilderijen.
Ook dook er een exemplaar van ’t Kleine Krantsje op (december 1995, nummer 622), waarin ene mevrouw Ellens vertelt dat het ontwerp van “de vogel met jongen onder de vleugels” van het Gabbema Gasthuis is van een oom van haar man, een meneer De Jong, die vroeger leraar tekenen was aan de Ambachtsschool en die later leraar werd in Harlingen.

Samenstellers: Martien Bonnema en Tjaart Martens

In het tijdschrift van de Leeuwarder Historische Vereniging Aed Levwerd en het Historisch Centrum Leeuwarden

"Leovardia"

is in nummer 34 van januari 2011 het bijgaande artikeltje geplaatst.

interieur Kleine Kerkstraat 7, Leeuwarden
kleine kerkstraat
trouwbrief
Hans